Archeology Streekmuseum

Inleiding

Archeologie is een hobby, die door talloze inwoners van Tytsjerksteradiel passief of actief wordt beoefend. Het meerendeel van de bevolking neemt via krant, tijdschrift, boek, radio of tv kennis van de actualiteit op dit gebied. Hierbij zijn het met name de grote opgravingen en spectaculaire vondsten die de aandacht trekken. Een kleiner aantal mensen bezoekt musea, ten einde nader kennis te maken met al datgene, wat onze voorouders hebben bedacht, geproduceerd, gebruikt en vervolgens in de bodem hebben achtergelaten. Er is evenwel nog een derde groep mensen te noemen: namenlijk degenen die zich als amateur-archeoloog bezig houden met het onderzoek naar bewoningssporen en archeologica uit het verre en meer nabije verleden.

In Tytsjerksteradiel leidde dit -op voorstel van de Klaas R. Henstra- in 1994 tot de oprichting van de Werkgroep Archeologie Streekmuseum (WAS ’94). De groep is gelieerd aan Streekmuseum/Volkssterrenwacht Burgum.

Klik hier voor het laatste verslag van deze werkgroep

Ook de Werkgroep Steentijd Fryslân heeft het Burgumer Museum als thuishaven.

Samen omvatten deze groepen alle perioden van de prehistorie tot aan de huidige tijd. In het navolgende zult u ontdekken, dat de bescherming van het bodemarchief de laatste jaren een grote prioriteit heeft gekregen.

Het Verleden

Bij bestudering van de onderzoeksgegevens van onze gemeente blijkt, dat er in het verleden -in het kerngewest Oostergo, waarvan Tytsjerksteradiel deel uitmaakt- zeker onderzoek is gedaan op archeologisch terrein. Toch valt te constateren dat -vergeleken bij andere delen van Fryslân- dit gebied in een achterstandsituatie was geraakt. Weliswaar verrichtten dr. Assien Bohmers (steentijd) en Gerrit Elzinga onderzoek en roerden ook de amateurs Horjus, Mudstra, Siebenga en Wadman zich; toch was en bleef er achterstand, met name op het gebied van publikaties.

De enige grote opgraving die in Tytsjerksteradiel plaatsvond, werd verricht door dr. Ray R. Newell. Deze opgraving vond plaats bij het Bergumermeer in de jaren 1971 t/m 1973. Met enige spijt dienen we vast te stellen, dat over deze opgraving, die de periode tussen 7000 en 5000 v. Chr. betreft, tot vandaag de dag nog geen omvattende publikatie is verschenen. (zie voorts Henstra en Jager, 1996)

Met ere wil ik toch nog enkele publikaties noemen: ‘Tietjerksteradeel’ door dr. J.J. Spahr van der Hoek en dr. Y.N. Ypma (1978), ‘Burgum, wâld- en wetterdoarp’ van Hindrik van der Vliet (1964/1993) en ‘Suwâld’ van P. Datema (1974). Genoemde boeken zullen ook in de toekomst veel geraadpleegde werken blijven.

Het Heden

Bij de bespreking van het heden wil ik eerst de tijdsperiode bepalen; deze is door mij vastgesteld van 1989 – 2000.
In deze periode heeft de Friese archeologie nieuwe impulsen gekregen door opgravingen in onder meer Wijnaldum, Stavoren en Winsum. Genoemde plaatsen zijn gelegen in Westergo.Maar ook in het kerngewest Oostergo zijn ontwikkelingen te bespeuren, zij het wel wat kleinschaliger. Tytsjerksteradiel loopt in dit geval -onder impulsen van de Werkgroep Archologie Streekmuseum (WAS ’94) voorop.

De leden van de Werkgroep verrichtten opgravingen en deden onderzoek in onder meer:

– Garyp/Sigerswâld, 1989. Klooster Sinaï, bewoning, kerk en kerkhof.
– Burgum, 1989. De Drie Gekroonde Baarzen, funderingen.
– Burgum, 1990. Kloosterlaan, kloostergracht.
– Burgum, 1991. Schoolstraat, funderingen en putten.
– Ryptsjerk, 1994. Breedyk, slootvulling met 18e en 19e eeuws afval.
– Sumar, 1994/1995. Oud Hof, voormalige stins.
– Burgum, 1995. Berchklooster (13e t/m 16e eeuw), grondsporen, grachten en funderingen.
– Eastermar, 1995. Haersmastate (16e, 17e eeuw), poortgebouw.
– Suwâld, 1996 t/m 1998. Veenterp, perceelsloten en 10e tot 12e eeuws bewoningsafval.
– Burgum, 1998. Bouwput aan de markt.
– Hurdegaryp, 1998. Uitbreidingsplan Hurdegaryp-oost.

Voor wat betreft het onderzoek uit de jaren 1989 t/m 1996 verwijs ik naar de publikatie ´Opgravingen in Tytsjerksteradiel´ door Klaas R. Henstra en Alexander Jager (1996).

Voorts verschenen er nog een aantal belangwekkende boeken, die voor een deel ook onze gemeente betreffen:
´Middeleeuws Friesland. De economische ontwikkeling van het gewest Oostergo in de Vroege en Volle Middeleeuwen´. (Dr. Gilles J. de Langen, 1992)
´Die einheimische Keramik der nördlichen Niederlande, 600 v. Chr. bis 300 n. Chr.´ (Dr. Ernst Taayke, 1996)
Pieter Horjus (1887-1962). Amateur-archeologie in het oosten van Friesland (onder redactie van Klaas R. Henstra, 1995). Dit werk verscheen in samenwerking met de al eerder genoemde Werkgroep Steentijd Friesland.

Conclusies

Het heeft enkele decennia geduurd tot een ieder ervan overtuigd was, dat overheid en burger meer aandacht dienden te hebben voor het milieu.
Om ook de archeologie hoog op de politieke agenda te krijgen, zullen zeker nog meerdere jaren verstrijken.
Samen met de provinciaal archeoloog, de ROB, de Stichting RAAP, het gemeentebestuur en de RUG zal worden getracht een deel van de waardevolle erfenis van onze voorouders veilig te stellen.

Klaas R. Henstra.

 

Aanbevolen literatuur:

Brochures stichting RAAP regio Noord Nederland.
Datema, P., 1974. Suawoude.
Pieter Horjus (1887-1962). Henstra, K.R., 1995 (eindredactie). Amateur-archeologie in het oosten van Friesland.
Henstra, K.R. en Jager, A., 1996. Opgravingen in Tytsjerksteradiel.
Jager, S.W., 1988. RAAP Rapport, nr 21.
Langen de, G.J., 1992. Middeleeuws Friesland. De economische ontwikkeling van het gewest Oostergo in de Vroege en Volle Middeleeuwen.
Notulen Werkgroep Steentijd Friesland.
ROB, 1984. Inventarisatie archeologische monumenten in Friesland.
Spahr van der Hoek, J.J. en Y.N. Ypma, 1978. Tiejerksteradeel.
Taayke, E., 1996. Die einheimische Keramik der nördlichen Niederlande, 600 v. Chr. bis 300 n. Chr.
Vliet van der, H., 1964/1993. Burgum, wâld en wetterdoarp.