State Driezicht in Eastermar

Klaas R. Henstra

Inleiding

Aan de Grote Hornstweg (nu nummer 35) stond eertijds een belangrijke adellijke state.

In 1640 heette dit belangrijke huis: Blauwhuis. Later werd het huis Haersma-State genoemd en nog weer later werd de naam Driezicht. Wanneer de oudste bewoning op deze plek werd gerealiseerd is onbekend. We zullen het met archeologische vondsten moeten doen om hier enige klaarheid in te scheppen. Deze vondsten zullen we vergelijken met vondsten van het voormalige Berchklooster te Burgum.

Foto 1:

Sminia (kaartuitsnede Schotanus-atlas), 1739

Ruim twintig jaar geleden bezocht ik deze locatie al eens. Op deze plek boerden toen Riekus Bakker en zijn echtgenote Jeltje van der Ploeg. De bebouwing bestond uit een kleine boerderij met daarbij meerdere bijgebouwen en kapschuren. In het noordoosten van het circa drie hectare huisperceel lag nog een deel van de eerdere gracht. De toegangsweg (de Parsingel) was inmiddels al versmald, maar had nog een eigen kadastraal nummer. Ten westen van de boerderij lagen twee langwerpige vijvers. De ene vijver werd in het verleden gebruikt om koetsen en ander gerij schoon te maken. Men kon aan de oostzijde de vijver inrijden en deze aan de westzijde weer verlaten.

Volgens Bakker waren er eerder grote funderingen gevonden, die men had verwijderd. Van de stenen (gieltsjes) was onder meer een schuur gebouwd.

In de tijd van Bakker verdween de zuidelijke vijver. Het terrein toont nu nog een depressie.

De noordelijke vijver is nog aanwezig. Met de omliggende begroeiing is het een klein lustoord.

De huidige toestand

Kort geleden kocht Marten Taekema het perceel met de nog bestaande woning van de familie Bakker. De woning werd gerenoveerd. Het huidige perceel beslaat circa twee hectare. Het noordwestelijk deel kent nu een andere eigenaar. Het deel van de gracht is nog aanwezig en inmiddels uitgediept en de enig overgebleven vijver ligt er – zoals gezegd – nog in volle glorie.

De meeste bijgebouwen zijn verdwenen.

Nieuwbouw

Op het terrein is nieuwbouw gepland. Het bouwplan ligt ongeveer op de plek van de eerdere state Driezicht. Precies op tijd werd de Werkgroep Archeologie Streekmuseum (WAS ’94) van Streekmuseum-Volkssterrenwacht Burgum ingeseind door Auke de Jong (Eastermar). De volgende dag werd contact opgenomen met Marten Taekema. Deze heette de werkgroep van harte welkom om de bouw te begeleiden. Reeds enkele dagen later werd de fundering voor de nieuwbouw gerealiseerd. Dat leverde meteen resultaat op.

Onderzoek

Aan de zuidzijde lag een oude fundering met een breedte van circa een meter. Deze fundering kon over een lengte van ruim acht meter worden gevolgd. De dikte van de fundering bedroeg circa twaalf centimeter en bestond uit tras. Deze manier van funderen werd in de Late Middeleeuwen vaak toegepast, onder meer bij het bouwen van stinsen. Of ook op dit perceel een stins heeft gestaan kon niet worden bewezen. De enige aanwijzing is de lengte van de fundering. Het grondvlak van stinsen bedraagt veelal acht bij acht meter, maar op dergelijke terreinen vind je dan meest kloostermoppen en restanten daarvan.

Ondanks ijverig speurwerk werd er niets gevonden. De conclusie moet derhalve voorlopig luiden: de fundering maakte onderdeel uit van de eerste state. Dit moet dan (zie inleiding) de State Blauwhuis zijn geweest. In 1640 wordt als eigenaar Bindert Eerckes Haersma genoemd. Enkele belangwekkende vondsten duiden er op dat de plek zeker al eerder werd bewoond.

Er zijn namelijk drie zware plavuizen gevonden, gemaakt van zogeheten ‘Belgische stoepsteen’ (kolenkalksteen). Middeleeuwse grafstenen werden ook veelal vervaardigd van dergelijk gesteente.

De nu ontdekte stenen hebben een afmeting van 36 bij 36 centimeter bij een dikte van negen en een halve centimeter. De voorzijde is fraai gepolijst; de achterzijde daarentegen is ruw bekapt.

Nog niet eerder in de zeventien-jarige historie van de werkgroep werden zulke grote plavuizen aangetroffen. Zelfs niet bij onderzoek op middeleeuwse kloosterterreinen van Burgum, Bartlehiem en Garyp-Siegerswâld. In Burgum (Berchklooster) werd wel een soortgelijke plavuis aangetroffen met een lengte van 35, een breedte van 34 en dikte van 6,5 cm. Met name in dikte verschillen de plavuizen nogal. De Eastermarder is drie centimeter dikker. Aangezien het Berchklooster in 1580 is afgebroken, dateert de Burgumer plavuis zeker van ruim voor het jaar 1580.

De zware Eastermarder plavuizen zouden uit de middeleeuwen kunnen dateren, maar de voorlopige optie is de zestiende eeuw (1500-1600). Het Blauwhuis is mogelijk ergens in deze eeuw opgericht. Kleine vondsten (in situ) zoals munten met een betere dateringsmogelijkheid zijn helaas niet aangetroffen. Maar bij verdere activiteiten kan een dergelijke munt nog wel eens opduiken.

Een jongere vondst (zeventiende of achttiende eeuw) betrof een driehoekige plavuis (maten: vijftien bij vijftien cm, met een lange zijde van twintig cm en een dikte van 2,2 cm) met groen glazuur. Alle zijden hebben op de kant overvloeiend glazuur. Dus de tegel is niet gezaagd, maar zo vervaardigd. Een dergelijke plavuis (gebruikt als hoekvulling) werd ook nog niet eerder bij ander onderzoek aangetroffen.

Foto 2:

Driezicht (uitsnede provinciale kaart), 1853

Een stukje historie

In het navolgende zal ik proberen de geschiedenis van de bouwhistorie van het perceel kort te beschrijven. Omstreeks 1580 begon de vervening van het gebied rond het huidige Eastermar een aanvang te nemen. De steden in het westen van ons land hadden steeds meer turf nodig. Adel en rijke kooplieden kochten daartoe veel veengrond op. Zo startte die vervening en ontstond ook het huidige Eastermar. Mogelijk hadden de Haersma’s al veel grond in bezit en zijn zij door die vervening in goeden doen geraakt. En wat doen mensen als zij geld bezitten? Vaak tonen zij dit door het bouwen van een nieuwe woning. Zo ontstond waarschijnlijk al voor 1600 de adellijke woning ‘Blauwhuis’. Zij bouwden deze state pal ten zuiden van het Heechsân. Waarom deden ze dat? Bestond het huidige Eastermar nog niet? In dat geval kan de state nog oudere papieren hebben of een onbekende voorganger hebben gehad. De eerder beschreven zware plavuizen zijn van een dikte dat zij een laat-middeleeuws voorkomen hebben. De ook al eerder beschreven tras-fundering wijst ook op een mogelijk hoge ouderdom. Maar tot nog toe zijn dit de enige bewijzen van zeer oude bewoning. Voorlopig denk ik aan een mogelijke bouw ergens in de tweede helft van de zestiende eeuw.

Bindert Eerckes Haersma bewoonde in 1640 het Blauwhuis. Tussen 1708 en 1718 werd het huis verbouwd door de kleinzoon van Haersma, ritmeester Johannes Poutsma. Het werd een fraai buitenhuis. De naam werd Haersma State. De weduwe van Poutsma vertrok in 1735 naar Burgum. Het huis werd verkocht aan de landssecretaris Jetze van Sminia. Deze wilde mogelijk niet meer herinnerd worden aan de Haersma’s en de Poutsma’s: hij noemde de state Driezicht naar het uitzicht op een drietal singels. Bovendien waren er drie uitgangen. Jetze van Sminia woonde er tot zijn dood in 1771. Na dat jaar kwam het huis in bezit van Arent Johannes van Sminia. Deze woonde er alleen in de zomermaanden. Hij was evenals zijn vader griffier van de Staten van Friesland. ’s Winters vertoefde hij meest in Leeuwarden.

Foto 3:

Schets Driezicht (uit Van Sminia-archief, Tresoar), 18e eeuw (circa 1752)

In 1785 (na de dood van Arent) werden de Sminiabezittingen verdeeld. Driezicht viel in handen van Hobbe Baerdt van Sminia II. Hij bewoonde het Sminiahuis (later gemeentehuis) aan de Hillamaweg in Burgum. Zijn belangen in Eastermar en omgeving waren toen al niet meer zo groot. In 1790 liet hij Driezicht afbreken en werd op het terrein een boerderijtje gebouwd.

Tenslotte nog enige cijfers over de macht van de adel in Eastermar. Er is van een aantal jaren het percentage bezit bekend van boerderijen in Eastermar. Aangezien dit bezit van belang was bij de benoeming van het ambt van grietman in Tytsjerksteradiel zullen we zien dat de Van Sminia’s er uiteindelijk in slaagden dit ambt te verwerven.

Percentage adellijk bezit (en/of stemrecht) boerderijen:

Plaats                         Jaar                            Bezit

Eastermar                    1649                                31 %

”                               1698                                53 %

”                               1728                                69 %

”                               1788                                73 %

Deze cijfers behoeven geen nadere toelichting

Aanbevelingen

Hoe ziet de toekomst er uit? Vanzelfsprekend kan ik niet in de beurs van de huidige eigenaar kijken.

Maar er zijn diverse opties. De dichtgegooide grachten kunnen weer worden hersteld. Ook de zuidelijke vijver in oude luister herstellen is een idee. Een overheidsubsidie zou in dit kader zeker niet misstaan.

Foto 4:

Tekening Driezicht (Parsingel), Klaas Koopmans (collectie Streekmuseum Burgum)

Uitvoering

Het onderzoek kon binnen enkele dagen worden uitgevoerd. Deelnemers: Klaas R. Henstra en Erik Koster. Met dank aan Auke de Jong.

Tevens een woord van dank aan de eigenaar (Marten Taekema) voor de verleende medewerking en de prettige ontvangst (met koffie).